Mijn eerste fietsles van de Wielrenschool

Mijn eerste fietsles van de Wielrenschool

Zaterdag 23 januari was het zover. Mijn eerste fietsles van de Wielrenschool. Ik voel toch een beetje kriebels in mijn buik. Voor iemand die altijd de rust zelve is, heb ik de laatste maanden verdacht veel kriebels in mijn buik. Ons startpunt was bij ’t Harde. Ik maakte meteen kennis met een nieuw fietsvriendinnetje, Donna Oevering. Op de parkeerplaats gingen we goed van start.

De basics

Als eerste legt Harmen uit hoe weg te rijden met klikpedalen. Eerst rechts vastklikken en dan met één been vast fietsen, zodat het andere been er vanzelf bij kan komen en klikken.

Hierna oefenen we wat rondjes met korte bochtjes. ‘Nee, niet naar de grond kijken als je een korte bocht draait’, zegt Harmen. Goed in de verte kijken waar je naartoe wilt.

Hier, Ingrid, kijk me aan, ik ben hier.

Oh jee. Dat valt nog niet mee, zeg. En dat mijn nek bijna “krak” zegt van het draaien, daar hebben we het niet over.

Ik leer hoe ik zachtjes moet remmen terwijl ik doortrap en wat dit doet met het zwaartepunt van de fiets. Wauw. Ik kan ineens veel kortere bochtjes draaien. Zou Harmen er verstand van hebben, soms?

Als toefje vertelt Harmen hoe ik ervoor zorg dat ik niet de verkeerde kant op val bij het stoppen en losklikken. Ik kan beter iets verder weg stappen als ik mijn voet op de grond neerzet. Simpel, maar toch best behoorlijk handig.

Fietsen als Donald Duck

En dan gaan we op pad. Harmen komt meteen naast me fietsen. Want binnen een kilometer is daar de Knobbel, een eerste heuveltje. Het is de kunst om in D1 te blijven en met een hoge cadans te fietsen. En vooral mag ik niet even rusten als ik weer afdaal.

(Verdikkie, Harmen!)

Nee, fietsen zal ik. Ronddraaien die benen en laat al fietsend en dalend je hartslag weer dalen.

(Wát zeg je, Harmen?)

Beetje bijremmen en tegelijkertijd trappen en ik voel hoe anders dat is. Na de Knobbel steken we de weg over en slaan linksaf. Goed kijken waar ik naartoe wil (niet naar de grond!), afremmen en doortrappen, balans houden. En vooral niet losklikken als het niet nodig is! Gelukkig is er niet al te veel verkeer en kom ik ongeschonden aan de overkant. Ik moet ook even wennen aan het fietsen in een groepje, ook al zijn we maar met zijn drieën.

Ik moet met souplesse fietsen, zo krijg ik te horen. Nou, Harmen, zo voelt het nog niet hoor. Het voelt eerder alsof ik al waggelend als Donald Duck op mijn fiets zit als ik probeer om 100 omwentelingen per minuut te fietsen. Die souplesse is er nog niet echt, zeg maar. Maar ik doe mijn best, dat wel. We oefenen zelfs met één been fietsen. Ik voel me nu een Donald Duck met één beentje.

En zo trappen we wat kilometers weg met lichte glooiingen. Mijn hartslag stoeit wat met D1 en D2-zones. Ik stoei wat tussen mijn oren met de informatie die ik krijg en probeer dit om te zetten in fietsende daden. Donna komt af en toe als een zwoele fietschick voorbij, om toch vooral maar in D1 te komen en op temperatuur te blijven. Stiekem wil ik Donna zijn. En ik weet: ik heb nog een lange, mooie weg te gaan.

Na zo’n 2,5 uur zijn we 50 km verder en stappen we weer af. Ik ben moe, maar oh zo voldaan. En wat heb ik veel geleerd!

Ik kijk uit naar een solo fietsmoment deze week om alle input nog eens rustig te herhalen en oefenen. Ik ben weer een stapje dichterbij de Alpe d’Huzes (maar eerst de Veenendaal-Veenendaal op 9 april én de Amstel Gold Race een week erna, kuch)!

Het leven van een fietschick is mooi.

Mijn eerste fietsles

 

 

 

Schrijf een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd