Mijn eerste col bedwongen voor de Alpe d’Huzes

Mijn eerste col bedwongen voor de Alpe d’Huzes

De dag des oordeels van Alpe d’Huzes komt nu écht dichtbij. Hoewel ik inmiddels al wel wat hoogtemeters gemaakt heb, is het er tot dusver nog niet gekomen om een echte col te bedwingen. Ik weet het: wellicht ben ik een beetje aan de late kant. Het gedoe met mijn schildklier heeft me toch wat teruggeworpen in conditie en fitheid. Tijdens de hemelvaartdagen hadden manlief en ik de tijd om een paar dagen naar Frankrijk te gaan en eens even echt aan de col te gaan. Dit resulteerde in hoge (mentale) toppen, maar toch ook in een beetje anticlimax.

Revanche op de Col de Leschaux

Twee jaar terug klom ik met mijn zware fiets de Col de Leschaux op. De lengte van de Col de Leschaux is 12 km en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 3,7%. Het aantal hoogtemeters bedraagt 441 meter. Eigenlijk is deze col geen col op zich. Het is eerder een voorloper van de Col de Semnoz. Destijds was ik toch euforisch dat ik bovenkwam. Je begrijpt: ik was razend benieuwd hoe ik deze col nu zou fietsen en beleven. En driewerf hoera: het ging me makkelijk af! Wat een verschil met 2 jaar terug! Eenmaal aangekomen tank ik even bij en ik kijk naar boven welke col me nu te wachten staat.

Hallo Col de Semnoz

De col waarvan ik 2 jaar terug zei:

Geen haar op mijn hoofd.

Doe normaal!

Dat kan ik écht niet.

De lengte van de beklimming van de Semnoz is 16 kilometer en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5%. Het aantal hoogtemeters bedraagt 1.210 meter. Het maximale stijgingspercentage is 10,8%. Dat is nog steeds geen 11% van de Alpe d’Huez. Maar 16 km achtereen klimmen met weinig herstelmomenten zorgt bij mij dan toch voor de nodige kriebels.

 Col de Semnoz: de harde cijfers

Col de Semnoz: de harde cijfers

Genieten, afzien, chagrijn, twijfel én doorgaan tijdens de beklimming

Echt álles komt voorbij tijdens zo’n beklimming. In de eerste kilometers – als je nog enigszins fris en fruitig bent – geniet je van het uitzicht. Langzaam en gestaag wordt het dal steeds dieper. Je denkt:

Kijk mij nou.

Wat voelt dit fantastisch.

Ik kan de hele wereld aan.

Maar dan. De eerste kilometer met 9% dient zich aan. Hallo zeg. Mijn hartslag schiet boven het omslagpunt. Nee, dat wil ik niet! Rustig aan, rustig aan. Na deze kilometer volgt een iets vlakker deel. Wie kon ooit bedenken dat ik nog eens dankbaar zou zijn voor een stijgingspercentage van 4%? Even een herstelmomentje. Maar dan begint het pas echt. Het gevecht met mezelf. De kilometers van 8%, 11% (au) en 7% dienen zich aan. Ik moet een keer stoppen. Ik zie deze heuvel voor me (sorry voor de wazige foto, ik denk dat ik mijn dampende zweet ongewild heb vastgelegd):

 Slik.

Slik.

En ik kan maar één ding denken:

Ja maar.

Ja maar.

Dat KAN ik helemaal niet!

Okay. Rustig nou. Ik wil dit. Weet je wat? Ik ga het gewoon proberen. Hier kwam ik toch voor? Klimmen. Dus klimmen zal je. Je kunt altijd nog een keer stoppen. Ik stap weer op en fiets verder.

En verdraaid, ik verbaas mezelf. Ik kan het wél! Het is zwaar, maar ik fiets naar boven. Wel vraag ik me na elke bocht af:

Waar blijft die top nou?

Na nog eens een kilometer moet ik weer stoppen. En om je enig beeld te geven wat ik daar deed, deel ik mijn diepste chagrijn met je (kun je ook eens zien hoe ik er op mijn rottigst uitzie):

Na deze onwaarschijnlijk überpositieve peptalk aan mezelf is het duidelijk, nietwaar? Ik ga door. Weer een kilometer. Weer een bocht. Manlief komt me ineens tegemoet, hij is al aan het afdalen. (Wij spreken altijd af dat we ieder in ons eigen tempo naar boven gaan, omdat hij nou eenmaal veel-veel beter kan klimmen.) We stoppen even. Hij zegt dat het niet misselijk is wat er nog aan komt. Okay fijn. Maar hoe dan ook, mijn besluit staat vast. Ik ga door. Samen fietsen we dan de laatste kilometers. Inmiddels ligt de sneeuw hier en daar langs de weg. We passeren de boomgrens. De berg wordt een kale vlakte en ein-de-lijk zie ik dan de top liggen. Het lijkt wel of ik ineens op de Mont Ventoux beland ben!

 De laatste meters naar de top van de Col de Semnoz. Ik ben dat witte puntje.

De laatste meters naar de top van de Col de Semnoz. Ik ben dat witte puntje.

De top bereiken

Een dikke highfive met manlief! Wat een overwinning op mezelf en wat voelt dat goed! Wat een uitzicht! Het kippenvel staat huizenhoog op mijn armen. Ik heb dan misschien een aantal keer moeten stoppen, maar ik heb het wél gedaan. Ik dacht dat ik het niet kon en ik bleek het wel te kunnen.

Punt gemaakt: geloof niet alles wat je denkt.

Even herstellen, en dan komt het afdalen (met 10 haarspeldbochten)  

We ploffen neer op het terras en zorgen voor herstel met wat eten en drinken. Manlief en ik raken niet uitgepraat over die bocht en die bocht. Wat zijn we trots op elkaar! Na een uurtje of wat komt deel 2: want klimmen betekent uiteraard ook dat je moet afdalen.

Dit is een goed moment om jezelf 3 petsen in je gezicht te verkopen.

Want afdalen schreeuwt om alertheid en concentratie. Afdalen is namelijk niet geheel ongevaarlijk. Ik heb tijdens de klim naar boven al gezien dat er veel stenen op de weg liggen. Er zijn zeker 10 haarspeldbochten, smalle stukjes weg en natuurlijk passerende auto’s. Genoeg fun, dus daar gaan we! Mijn handen onderin de beugels, vingers bij de remmen, bips iets meer achterop het zadel en gáán! Trappen. Loslaten. Snelheid. Remmen. Bocht. Verkeer. Rotswand. Ravijn. Wind. Zon. En oh, wat geniet ik! Het is één groot Woooooooehooe-feestje!

Euforie met een toefje anticlimax

De rest van de dag was ik dan toch in een soort roes. I did it! Maar als de feelgood-stofjes weer gedaald zijn komt er ook ruimte voor een toefje anticlimax-gevoel. Want als mijn hartslag zich zo gedraagt met 10,8%, wat gaat er dan gebeuren met een stijgingspercentage van 11%? Ben ik nou klaar voor Alpe d’Huzes of niet? Het zinnetje “Dat kan ik niet” komt weer regelmatig naar boven. Maar hé, ik moet niet alles geloven wat ik denk. Dat punt heb ik gemaakt tijdens de beklimming van de Col de Semnoz.

En juist daarom heb ik besloten: ik ga boven komen, desnoods met een aantal keren stoppen om mijn hartslag te laten dalen. Of ik het twee keer ga redden? Ik ben al blij met één keer en ga mezelf niet over de kop fietsen. Want er is ook nog zoiets als gezond fietsen. We gaan het beleven. Kom maar op met die berg.

Schrijf een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd